



Benin! Het land waar ze de kippen roos verven zodat roofvogels denken dat het 🦩 🦩 zijn en ze met rust laten. Maar ook de bakermat van de voodoo. Het hele leven is er doordrenkt van. Borden van traditionele voodoodokters overal langs de kant van de weg, hier en daar een kraampje met voodooprullaria.
Genoeg redenen om af te zakken naar Ouidah waar jaarlijks in januari het vodoofestival georganiseerd wordt. Aangezien het totaal niet januari is, was de voodoo-ambiance behoorlijk minder in het stadje.
Om iets meer te weten te komen over ‘de Vodun’ zakten we af naar de befaamde pythontempel. Wat een tegenvaller. In een gloednieuw modern complex, helemaal geen tempel, met een grote toeristenparking kregen we van een gids een flutuitleg in koeterFrans en als apotheose ongevraagd een python in onze nek gelegd. Rein heeft het al moeilijk met kikkers, laat staan met pythons.
Dan maar naar ‘Le foret sacré’ waar ooit een koning in een boom is veranderd en beeltenissen van voodoo-godheden tussen het struikgewas tronen. 2000 franc extra als je foto’s wil nemen zegt de ticketman. Bleek dat de beelden door een of andere plaatselijke moderne kunstenaar van een bedenkelijk knoopsgat in elkaar geflanst waren en bovendien behoorlijk vervallen.
Het meest authentieke voodooverhaal kregen we van een café-baas die ons uitlegde dat de naakte gekken die hier overal naast de weg rondzwerven door voodooprietsers vervloekte sukkelaars zijn en dat hij ons op onze weg naar Congo ging volgen in de hoedanigheid van een mug.
Ouidah is een mooi koloniaal stadje rond een oud Portugees slavenfort dat het toerisme volop omarmt met haar twee belangrijkste troeven; voodoo en slavernij. Voordeel: alles wordt opgeknapt en schoongemaakt. Zelfs midden in de nacht zijn de straatvegers druk in de weer. Nadeel: overal zwerven malafide figuren rond die u met gladde praatjes geld uit de zakken proberen te troggelen. Iets wat we in heel Afrika zo goed als nooit meemaakten m, behalve in toeristenholen zoals … Ouidah.
Met een dubbel gevoel trokken we verder richting Cotonou, een échte stad, waar we enkele dagen mochten overnachten in het appartement van Machteld en Oscar, de sympathieke Beninse papa van Seppe, de beste vriend van Camiel , de geweldige zoon van Rein. Het werd een zalige kleine vakantie in onze vakantie, We aten er ‘frieten met ballekes’ in de Brussels bar, we werden uitgenodigd op de koffie bij Romuald Hazoume, naast vooraanstaand kunstenaar ook voorzitter van de Wielerfederatie van Benin - die ons meteen ook voorstelde aan het nationale wielerteam en ons twee kartonnen fietsdozen cadeau deed, en we bezochten Gavié, een paalwoningendorp op een meer waar de mensen per pirogue naar de bakker gaan. Momenteel zijn onze fietsen verpakt in de kartonnen dozen van Romuald en zitten we in het vliegtuig naar Kameroen. Jawel, we slaan Nigeria over omwille van ontvoeringen, waanzinnige verkeersdrukte, aanslagen en tal van ander onheil. Kortom; we zijn ni geire in Nigeria. ( Bedankt voor de woordspeling, Lief)














































