donderdag 28 mei 2026

Dakarwaarts

( Volg ons ook op https://www.polarsteps.com/GeertBeullens1/21327663-van-de-mombassa-naar-kinshasa )

Op de honderdste dag van onze queeste reden we Dakar binnen. Hoezee! In plaats van de lange ritten van 150 kilometer waarmee we afgelopen maand door de woestijn vlogen, deden we het nu kalmkes aan. Eerst afscheid nemen van saint Louis met een boottochtje door natuurpark Langue de barbarie waar duizenden pelikanen  broeden, een heerlijk bordje Yassa Poulet in  La Linguere, ons favoriete restaurant en een laatste groet aan de aap op het dak van onze hut in de Zebrabar. Dan slingerden we onder een behoorlijk zonnetje Dakarwaarts, non stop toegeschreeuwd  door kinderen met de kreet ‘toubab, (witte) steevast gevolgd door het woord ‘azaa’ oftewel ‘argent’. Ik kan me niet ontdoen van de gedachte wat het zou geven als onze Vlaamsche koters massaal ‘’hey zwarte’  zouden gillen als ze een Afrikaan op straat zagen voorbijfietsen. Met deze aparte soundtrack kwamen we terecht in het buitenverblijf van arts zonder grenzen Serge en zijn indrukwekkende tuin vol baobabs, aten een brochette van lot in de strandbar van Belg Guilloume en werden we ontvangen door de fantastische Fatima, een Senegalese powerwoman die ons in haar paradijselijke huis verwende met een overvloed aan Senegalese spijzen en ons als een heus kruidenvrouwtje introduceerde in de geheime krachten van de West-Afrikaanse kruiden. Met onze zakken vol baobabpoeder en zaden van planten waar we nog nooit van hoorden, kwamen we terecht in de verschrikkelijk drukke verkeersstroom die ons naar de hoofdstad leidde. Naast de weg mekkeree. duizenden schapen die nietsvermoedend hun lot afwachtten want het is hier bijna  Tabaski, het offerfeest. De schapen staan in kraampjes langs de weg,  zoals er bij ons de kraampjes vol kerstbomen met Kerstmis. Met grote en kleinenzxzmplaren. Voor ieders portemonnee. De grote slachtpartij is pas donderdag maar we mochten toch al een voorproefje beleven toen we ons visum voor Guinee gingen regelen op de ambassade. Terwijl we op het binnenkoertje  op een leren  stoeltje zaten te wachten, merkten we op enkele meters van ons twee koeien achter een haagje op. Plots kwam de slachter erbij, die de koeien in anderhalf uur tijd veranderde in een volledige toog van de beenhouwer. Het duurde  exact even lang als het in orde brengen van onze visa. Afrika ia like a box of chocolates. You never know what you gonna get en elke avond vallen we in slaap vol verwondering over de de grote en kleine verrassingen die ons pad kruisen. En dat is zijn minst bijzonder boeiend. 

maandag 18 mei 2026

Santé Senegal

( Volg ons ook op https://www.polarsteps.com/GeertBeullens1/21327663-van-de-mombassa-naar-kinshasa )

Oef! We zijn in Senegal. Eindelijk uit dat vermaledijde Mauretanië met alleen maar zand, beestenkarkassen en tonnen vuilnis langs en een bevolking even stug als het haar van hun kamelen.  Veel groter kan een contrast  tussen twee landen niet zijn. De grens tussen de hel en de hemel moet er ongeveer uitzien als de grens in Diama. Norse douaniers met duizenden stempels en grauwe kostuums maken ineens  plaats voor breedlachende agenten met knalrode  baretten die ons met een vrolijke ‘bienvenue au Senegal’ zonder poeha en gedoe het land binnenwuiven. De verschrikkelijk zandweg vol putten en kleibrokken wordt ineens een spiegelgladde asfaltweg riching Dakar. Hier gooien de kinderen uit de dorpen niet met stenen als we komen voorbij gefietst, maar roepen ze dolenthousiast ‘bonjour’,. Op elke hoek van de straat staat er een kraam vol vers fruit en groenten. Ineens  zijn er weer vrouwen op straat, mooi, elegant en stralend, niet weggestoken achter een boerka,. Er weerklinkt hier weer muziek langs de weg, de mensen zingen, dansen, lachen ,flirten én er is lekker eten,. Eindelijk terug kleur en levensvreugde. En eindelijk ook terug bomen en water. We kwamen Senegal binnen via een natuurpark waar de apen en de wrattenzwijnen, de Pumba’s, ons s morgens opwachtten aan de tent. Life  is back. 

Om het contrast helemaal op scherp te stellen reden we ineens door naar het heerlijke oud-koloniale stadje saint Louis waar we nog even de laatste avond van het vermaarde jazzfestival meepikten. Daar zaten we dan. Na 2000 kilometer door de ruwe eenzame woestijn, na wekenlang slapen in ons tentje bij zandstormen, tussen de geitenkeutels,, ineens op een stoeltje te midden van de Senegalese beau monde en jazzliefhebbers van over  de hele wereld te genieten van saxofonist Bo Van der Werft met in onze handen een heerlijk glas Rosé. Want ook dat kan je hier eindelijk weer drinken. Santé Senegal!

De hel van Mauretanie

( Volg ons ook op https://www.polarsteps.com/GeertBeullens1/21327663-van-de-mombassa-naar-kinshasa )

Aangekomen in Mauretanie, het land waar de Sahara langzaamaan in de Sa-hel verandert en dat hebben we aan den lijve mogen ondervinden. Helse temperaturen tot veertig graden en elke avond bij zonsondergang steekt er een zandstorm op. Net als we onze schaarse groenten aan het versnipperen waren, de pot couscous etensklaar stond en ,de zon als een bloedappelsien achter de horizon was gezakt. Op 10 seconden tijd barstte de hel los alsof er een gigantische zandbak ontplofte. Vrachtwagens stopten abrupt op de weg, mensen renden achter de moskee om te schuilen en wij verschansten ons snel in de tent. In plaats van de totaal verzandde couscous met groenten  werden het de pringels-chips die Rein had meegesmokkeld uit Marokko voor noodsituaties.

Mauretanië is straatarm. Mensen leven hier in de woestijn in kleine dorpjes met kotjes van golfplaten en betonnen barakjes bij 50 graden. Water wordt er geleverd in reusachtige waterzakken, die midden in het dorp worden neergeploft. We zetten onze tent meestal op naast een winkeltje, of een ‘boutique’ zoals ze hier zeggen. Een betonnen kot met binnen een paar schabben met telkens dezelfde producten: blikken sardienen, blikken tonijn, la vache qui rit, uiteraard veel water en een meestal ongelofelijk smerige koelkast met wat vis en geplukte kippen.m, en koele frisdrankjes. Dat verklaart waarom de Fanta hier soms naar kabeljauw smaakt..

Het enige voordeel aan de woestijn is de aanhoudende Noorderwind die ervoor zorgt dat we tot 155 kilometer per dag rijden. Zo waaiden we ondertussen aan in Nouakchot, de hoofdstad van dit bizarre land waar de stokoude Mercedessen uit elkaar vallen terwijl ze over straat racen wat tot de existentiële vraag leidt: when does  a car stop being a car? 

Noakchot is een stad met duizenden kraampjes waar je werkelijk alles kan kopen én bovendien is hier de grootste kamelenmarkt ter wereld.. Overmorgen vertrekken we richting Senegal en fietsen we onze laatste dag door de woestijn. Eindelijk want na bijna 2000 km kunnen we geen zandkorrel meer zien,  


zondag 17 mei 2026

Niks groen tot La Ajoen


(Volg ons ook op https://www.polarsteps.com/GeertBeullens1/21327663-van-de-mombassa-naar-kinshasa )

Moet er nog zand zijn? Dat is ongeveer alles wat we zagen de afgelopen dagen. En af en toe een petfles urine door een haastige camioneur in de berm geslingerd. De woestijn blijft voorlopig verbazend fris. Een goeie 20 graden en we hadden zelfs een paar kleine regenbuien. Verder vooral leeg. Af en toe een eenzame fietser, zoals de Duitser Anskar die naar Dakhla racet, of de Duitse Nadine die net terugkwam van Rwanda. Het lijkt wel alsof half Duitsland Afrika aan het doorfietsen is, maar verder dus geen hond te zien. Behalve dan die ene die eten kwam schooien toen we achter een grindberg, beschermd tegen de Noordenwind, ons blikje middagmakreel zaten op te eten. Het beest kreeg een stukje brood, mocht de visresten uitlikken en uit dankbaarheid bleef hij de volgende 10 kilometer achter ons aanhuppelen.  In het dorpje Akhfenir moesten we onze queeste noodgewongen twee dagen staken. Het rommelde serieus in de darmen van Rein dus verschansten we ons in een appartementje met zicht op zee en moskee. Akhfenir is een stoffige doorreisplek met vooral veel kruideniers en restaurantjes en verder geen flikker te doen. Een strandwandeling, naar de plaatselijke barbier voor 2 euro, thee in de Sahara gaan drinken met wat plaatselijke Sahrawi’s, terug een strandwandeling, een schotel kamelenvlees opsmikkelen tot we eindelijk weer verder konden. De Sahara is heel eenvoudig om door te reizen. Er is één of maximum twee wegen, en om de 100 kilometer een dorp of een stadje. Een GPS is hier dus niet echt nodig want je kúnt niet verkeerd rijden. Alleen misschien in de verkeerde richting, maar aangezien de Atlantische oceaan aan je rechterkant ligt moet je dan wel een ajuin zijn. En over  ajuinen gesproken, we zijn hier ondertussen net aangekomen in Al Ajoen. De hoofdstad van de Westelijke Sahara en behoorlijk absurd. Na kilometers absolute leegte rijst hier ineens een moderne drukke bruisende stad van 200 000 inwoners op. Een uit de voegen gebarsten Spaanse koloniale woestijnpost vooral bekend om zijn fosfaatontginning en de Franse schrijver Antoine de saint Exupérie die hier gestationeerd lag. Benieuwd welke verrassingen ons hier nog te wachten staan!