zondag 12 juli 2026

Buiktyfus en bosolifanten


Diarree, buikloop, spetterkal, schijterij. Duizend tinten bruin, ge denkt: het zal mij wel niet overkomen maar één verkeerde hap van een met vuil water gewassen maniokwortel, of een vuile pinda, of een slecht gekookt stuk vis en het is spijs euh … prijs. 

Al een week lang waren we de bruine waarheid aan het negeren en fietsten verder door het nog steeds onwaarschijnlijk schone decor van Guinee Forestière. Het tropisch regenwoud op zijn adembenemendst, nu met het regenseizoen in duizend weelderige tinten groen. Af en toe een korte sanitaire noodstop in de bossen, maar elke dag namen de krachten verder af ondanks de duizenden verse ananassen vol vitamines langs de weg. 

Ten einde raad hebben we voor de eerste keer op 8000 kilometer een taxi gezocht, de fietsen op het dak gezwierd en ons laten vervoeren naar Seredou. Een geweldige vriend had ons verzekerd dat daar nonnen zaten die de beste paté van heel Afrika maakten, en zo kwamen we terecht in het centre agropastoral bij de zusters Ursulinnen die de mensen uit de buurt instrueren in biologisch landbouwen en zieke Westerlingen op de fiets onderdak, rust en inderdaad geweldige paté geven. 

Ook aanwezig in het dorp: een centre de santé waar we even binnenwipten om onze gezondheidstoestand te laten evalueren. 

Twee welgevormde hulpverpleegsters in witte schort duwden ons een zakje en een half stuk stro in de handen en geboden ons naar de ‘douche’ te gaan om het zakje te vullen met een  staaltje voor het stoelgangonderzoek onder de microscoop. Bon, dat gebeurde allemaal en even later mochten we op de bureau bij de hoofdverpleger komen voor de diagnose. Ongeveer het hele centre de santé kwam de consultatie meevolgen. De welgevormde dames zetten zich op het patiëntenbed, een andere verpleger schoof mee aan de bureau voor extra advies en nog een vijfde hulpverlener kwam voor de gezelligheid gewoon een dutje doen op het bed. Bleek al meteen dat de twee dames, peppie en kokkie zullen we ze noemen, de stalen verwisseld hadden. Welke was van monsieur, welke van madame. Bon, na veel gepalaver was er een diagnose: buiktyfus. 

Geen idee of het klopt maar we kregen een karrenvracht pillen en antibiotica-kuren mee en de wijze raad een paar dagen te rusten.

Gelukkig is hier wel een en ander te beleven. We zitten vlak bij het beschermde woud Ziama, waar ondermeer dwergnijlpaarden, chimpansees en bosolifanten leven. 

Vanmorgen maakten we kennis met Locu, een jonge bosolifant die de dorpen onveilig maakt omdat hij eten wil stelen maar een gehandicapte slurf heeft zodat hij niets kan  oppakken en uit onslurfigheid alles omstoot en vernielt. Vannacht had hij in het buurdorp de rijstoogst en de palmolieproductie van het hele seizoen om zeep geholpen. 

Samen met parkwachter Bruno gingen we de dorpelingen kalmeren en het beestje wat papaya’s geven zodat hij voorlopig niet  meer op strooptocht moet. Hopelijk kan hij snel naar het sanctuary in Liberia waar hij ontsnapt is, zodat de rust in de dorpen hier wederkeert. 

En hopelijk eindelijk doet de antibiotica snel zijn werk zodat we met een frisse kont verder kunnen. De grens van het volgende land is nog maar een paar dagen verder: Côte d’ivoire.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten